Dat kaalknippen was een eerbetoon aan ons

Door Rianne Oosterom

“Op 7 mei werd ik bevrijd uit het Oranjehotel in Scheveningen, waar ik was opgesloten. Daarvoor had ik twee jaar in een concentratiekamp gezeten. Ik was betrokken geweest bij de illegale verzetskrant Trouw. We zijn met een stel in een vrachtauto naar Apeldoorn gebracht, maar we moesten stoppen in Utrecht.

We waren volkomen vervreemd van wat er om ons heen was. We stonden stil midden in een menigte mensen. Daar stonden dacht ik drie vrouwen. Ons werd verteld dat zij geheuld hadden met de Duitsers. Zij werden nogal ruw kaalgeschoren; die vrouwen hadden heel lang haar. Het was donker, ik denk een uur of elf  ‘s avonds.

Foto: archief NHJ Hasselt

Dat kaalknippen was een soort eerbetoon aan ons.  De mensen daar hadden het gearrangeerd voor ons en wij moesten het appreciëren. Dat deden wij niet, wij hadden er totaal geen zin in. We begrepen het ook niet helemaal. We zaten passief te kijken in de auto. Me moesten nog wennen aan het idee dat we zelf initiatief konden nemen; we wilden gewoon naar huis toe.”

N.H.J. van Hasselt, omstander op het Wolvenplein in Utrecht