Geen haar beter dan de bezetter

Door Rianne Oosterom

“De mensen die ‘moffenmeiden’ kaalknipten, gaven er blijk van geen haar beter te zijn dan de bezetter waarvan zij zojuist verlost waren. Ik was een jaar of acht toen Nederland bevrijd werd, ik woonde in de Zeven Steegjes: een volksbuurt in de zuidelijke binnenstad van Utrecht. Ook bij ons in de buurt waren vrouwen die er Duitse vriendjes op nahielden. Eentje woonde zelfs een tijdje samen met een zogenaamde ‘groene kikker’ – een landwachter.

In onze buurt is veel geleden, maar toen de bevrijding daar was, is geen van de betrokken vrouwen lastig gevallen vanwege hun relatie. Hoewel de moraal in een volksbuurt danig afwijkt van wat elders als norm wordt gezien, vervult het me nog steeds met trots dat men zich in ons ‘buurtsie’ niet met dergelijke minderwaardige praktijken heeft bezig gehouden.

Mijn vader nam me tijdens de bevrijding zo veel mogelijk mee naar van alles en nog wat. Wij waren op elkaar aangewezen omdat mijn moeder in het ziekenhuis lag en mijn vader werkloos was. Ik heb zijn dagboek erop nagekeken. Hij schrijft ook over het kaalknippen.”

 

7 mei 1945

Ik ben met met mijn zoon Frans op het Vredenburg en sla het binnentrekken gade. Frans krijgt snoep van een soldaat en ik vang wat sigaretten. (..) Enige meiden zijn kaal geschoren, ruiten worden ingeslagen. De bevolking wil zijn woede koelen. In de stad zijn veel vechtpartijen.

8 mei 1945

Vroeg in de morgen de stad in geweest. Het leek wel middag, zo druk. Nog wat sigaretten gevangen. Later op de ochtend met Frans en bloemen naar Marie in het ziekenhuis. Veel meiden werden kaal geschoren en geverfd. De politie en de BS halen veel NSB’ers op. De stad is een oranje zee.


Frans Rolvink, omstander op het Vredenburg in Utrecht