Ik heb van het kaalknippen genoten

Door Rianne Oosterom

“In lunchroom Heck kwamen alle jongeren samen, daar waren ook Duitse soldaten. Er werd naar je gekeken en geprobeerd om ‘anschluss’ te krijgen. Maar daar ben ik nooit of te nimmer op ingegaan. Ik zou me een verraadster gevoeld hebben. Een andere ontmoetingsplaats was de Dietsche Taveerne aan het Oudkerkhof.

Ik denk dat het de puberteit was. Leuk gevonden worden door vreemde soldaten. En waarschijnlijk kregen die meiden ook wel voedingsmiddelen; ze werden er in ieder geval niet slechter op. Ik denk dat ze er naderhand wel spijt van gehad hebben.
De kelder onder het stadhuis was het feesthol van de Duitsers. De meisjes die daar kwamen, waren helemaal de weg kwijt. Als je een beetje karakter had, dan deed je dat niet. In mijn straat waren er twee die zelfs een kind hadden van een Duitser. En die baby’s dan nog een Duitse naam geven! De een heette Walter en de ander Gizela.

Er werd op een gegeven moment gezegd dat de Canadezen al in Arnhem zaten, dus toen ben ik op de Biltstraat gaan staan om ze op te wachten. En op een gegeven moment was er een soort wave: er wordt er één kaalgeschoren! Dus iedereen ging aan het lopen, en ik er achteraan, dat begrijp je. In één van de zijstraten van de Biltstraat gebeurde het. Het was zo druk dat ik die meid bijna niet kon zien. Ze moest op een stoel gaan staan. Maar meer dan wat haar zag ik niet.

Er was gejoel: het was niet alleen kaalscheren, maar ‘t was ook schelden. Het was wel een sensatie hoor. Ik vond het prachtig, ik heb ervan genoten. Ik had mijn broer verloren, ik had die vijf oorlogsjaren zoveel meegemaakt. Ik had gewoon een hekel aan iedereen die met de Duitsers ‘geheuld’ had.”

Mevrouw Van M., omstander in een zijstraat van de Voorstraat en op het Vredenburg